09-05-2010, 23:17
Het boek "For the Many or the Few: The Initiative", Public Policy,
and American Democracy van John G. Matsusaka (University of Chicago Press,
2004).
Het onderzoek van Matsusaka had een duidelijk doel: nagaan of het referendum op volksinitiatief helpt om de wetgeving beter met de
meerderheidswil in overeenstemming te brengen. Matsusaka vergeleek de
staten en steden met en zonder referendumregeling en ging na wat de
verschillen waren op het vlak van belastingen en bestuursuitgaven. Hoewel voor een groot aantal parameters werd gecontroleerd, bleken staten en steden met respectievelijk zonder referendum op dit vlak aanzienlijke
verschillen te vertonen. Matsusaka vergeleek die verschillen met de
voorkeuren die burgers inzake belastingen en bestuursuitgaven uitspraken
in allerhande sociologische onderzoekingen en peilingen. Hij vond dat de
verschillen die optreden in de staten met referendum systematisch de
richting uitgaan van de meerderheid. Het referendum is dus wel degelijk in de letterlijke zin een democratisch instrument dat de implementatie van de meerderheidswil bevordert.
Het effect van het volksinitiatief op belastingen en uitgaven
Tegenstanders van het referendum op volksinitiatief zeggen vaak, dat de
burgers – indien ze over deze beslissingsmogelijkheid beschikken –
onmiddellijk de belastingen zullen afschaffen en aldus de staat en de
gemeenschap ten gronde zullen richten. De praktijk laat
direct zien dat die bewering onzinnig is. In Zwitserland
zouden de burgers alle belastingen kunnen afschaffen,
maar dit gebeurt niet. Er zijn diverse voorbeelden van
belastingen die juist per referendum werden goedgekeurd.
Maar toch schuilt in de kern van het particratische bezwaar
een kern van waarheid. Burgers reageren over het algemeen
conservatief en voorzichtig en ze zullen geen
belastingsverlagingen goedkeuren die desastreuze
gevolgen opleveren. Maar anderzijds zijn hun belangen
niet gelijklopend met die van de politieke kaste met haar
partijen en loges, die de facto de staatsmacht en de
‘vertegenwoordigende democratie’ in handen heeft. Voor
de politieke kaste komt een belastingsverhoging neer op
machtsuitbreiding. Hoe meer geld door de politici wordt
‘herverdeeld’, hoe groter hun macht en invloed. Politici
zullen voortdurend proberen om, onder allerhande
voorwendsels, geldstromen om te leggen over de staat. In
vele gevallen zijn wij stomweg uit het oog verloren dat
bepaalde staatsinterventies allerminst vanzelfsprekend
zijn en dat op allerhande domeinen, waar de staat nu met
belastingsgeld regelend optreedt, de burgers beter af
zouden zijn met de vrije markt en met eigen initiatiefmogelijkheid.
Waarom moet de staat bijvoorbeeld het
onderwijs of de cultuur financieren? Waarom moeten wij, wanneer wij een
ziekteverzekering willen afsluiten, plotseling ook ‘solidair’ zijn met
bijvoorbeeld Wallonië? Waarom moeten wij belastingen betalen voor ‘gratis’
uitgedeelde blaadjes (zoals bijvoorbeeld het massaal verspreide blad Klasse, verspreid vanuit het departement Onderwijs) of voor diensten die onze eigen gedachten moeten controleren, bijvoorbeeld op zogezegd ‘racisme’?
Burgers zouden allerhande zaken veel goedkoper en efficiënter kunnen
regelen zonder staatsinterventie, en vele onnutte diensten zouden worden afgewezen indien de burgers vrij zouden kunnen kiezen. Er is een latent maar zeer diep belangenconflict tussen de heersende kaste en de gemiddelde burger en deze laatste zal – wanneer hij de besluitvorming meer kan beďnvloeden – tegen alle ideologische druk in toch het maatschappelijk beeld meer of minder doen verschuiven in een richting die ingaat tegen de belangen van de machthebbers.
and American Democracy van John G. Matsusaka (University of Chicago Press,
2004).
Het onderzoek van Matsusaka had een duidelijk doel: nagaan of het referendum op volksinitiatief helpt om de wetgeving beter met de
meerderheidswil in overeenstemming te brengen. Matsusaka vergeleek de
staten en steden met en zonder referendumregeling en ging na wat de
verschillen waren op het vlak van belastingen en bestuursuitgaven. Hoewel voor een groot aantal parameters werd gecontroleerd, bleken staten en steden met respectievelijk zonder referendum op dit vlak aanzienlijke
verschillen te vertonen. Matsusaka vergeleek die verschillen met de
voorkeuren die burgers inzake belastingen en bestuursuitgaven uitspraken
in allerhande sociologische onderzoekingen en peilingen. Hij vond dat de
verschillen die optreden in de staten met referendum systematisch de
richting uitgaan van de meerderheid. Het referendum is dus wel degelijk in de letterlijke zin een democratisch instrument dat de implementatie van de meerderheidswil bevordert.
Het effect van het volksinitiatief op belastingen en uitgaven
Tegenstanders van het referendum op volksinitiatief zeggen vaak, dat de
burgers – indien ze over deze beslissingsmogelijkheid beschikken –
onmiddellijk de belastingen zullen afschaffen en aldus de staat en de
gemeenschap ten gronde zullen richten. De praktijk laat
direct zien dat die bewering onzinnig is. In Zwitserland
zouden de burgers alle belastingen kunnen afschaffen,
maar dit gebeurt niet. Er zijn diverse voorbeelden van
belastingen die juist per referendum werden goedgekeurd.
Maar toch schuilt in de kern van het particratische bezwaar
een kern van waarheid. Burgers reageren over het algemeen
conservatief en voorzichtig en ze zullen geen
belastingsverlagingen goedkeuren die desastreuze
gevolgen opleveren. Maar anderzijds zijn hun belangen
niet gelijklopend met die van de politieke kaste met haar
partijen en loges, die de facto de staatsmacht en de
‘vertegenwoordigende democratie’ in handen heeft. Voor
de politieke kaste komt een belastingsverhoging neer op
machtsuitbreiding. Hoe meer geld door de politici wordt
‘herverdeeld’, hoe groter hun macht en invloed. Politici
zullen voortdurend proberen om, onder allerhande
voorwendsels, geldstromen om te leggen over de staat. In
vele gevallen zijn wij stomweg uit het oog verloren dat
bepaalde staatsinterventies allerminst vanzelfsprekend
zijn en dat op allerhande domeinen, waar de staat nu met
belastingsgeld regelend optreedt, de burgers beter af
zouden zijn met de vrije markt en met eigen initiatiefmogelijkheid.
Waarom moet de staat bijvoorbeeld het
onderwijs of de cultuur financieren? Waarom moeten wij, wanneer wij een
ziekteverzekering willen afsluiten, plotseling ook ‘solidair’ zijn met
bijvoorbeeld Wallonië? Waarom moeten wij belastingen betalen voor ‘gratis’
uitgedeelde blaadjes (zoals bijvoorbeeld het massaal verspreide blad Klasse, verspreid vanuit het departement Onderwijs) of voor diensten die onze eigen gedachten moeten controleren, bijvoorbeeld op zogezegd ‘racisme’?
Burgers zouden allerhande zaken veel goedkoper en efficiënter kunnen
regelen zonder staatsinterventie, en vele onnutte diensten zouden worden afgewezen indien de burgers vrij zouden kunnen kiezen. Er is een latent maar zeer diep belangenconflict tussen de heersende kaste en de gemiddelde burger en deze laatste zal – wanneer hij de besluitvorming meer kan beďnvloeden – tegen alle ideologische druk in toch het maatschappelijk beeld meer of minder doen verschuiven in een richting die ingaat tegen de belangen van de machthebbers.